13-10-2026


Flitsboetes, je geld of je leven?


Flitsers - apparaten die registreren of iemand te snel of door rood rijdt - halen vaak de pers, en dat leidt dan tot veel discussie. Sommigen vinden de boetes veel te hoog voor een paar kilometer te hard rijden, voor anderen kan de boete niet hoog genoeg zijn. Vaak worden de boetes gezien als geldklopperij: het gaat de overheid niet om de veiligheid, maar om de staatskas. Nieuw in deze discussie is dat uitvoerders zoals het CJIB (centraal justitieel incassobureau) nu aangeven dat de hoogte van bepaalde boetes niet meer in verhouding staat tot het vergrijp en mensen zelfs in betalingsproblemen brengt. Ook nieuw is dat de Minister van Justitie (en Veiligheid) inmiddels volmondig toegeeft dat de boetes niet lager mogen, omdat er dan een gat in de begroting valt [1]. 

Maar wat leveren deze verkeersboetes de staatskas nu eigenlijk op en hoe goed is flitsen voor de verkeersveiligheid? Is een paar kilometer te hard nou zo erg en wordt het veiliger als er vaker of hoger beboet wordt? 


Wat leveren de flitsboetes op voor de staat?

Ieder jaar publiceert het Ministerie van Justitie en Veiligheid cijfers over verkeershandhaving, ook over 2025 [2]. Die cijfers zijn behoorlijk gedetailleerd en zeker het bekijken waard als u bijvoorbeeld wat wilt weten over uw eigen gemeente. Ik heb voor mijn rekenwerk vooral gebruik gemaakt van een totaaloverzicht van de Wahv (Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften). 

Mocht mijn rekenwerk u te complex lijken, lees dan alleen de cursieve conclusies.

 

In het overzicht van de Wahv staat dat het bij de verkeersboetes om 7,8% (589.281) staande houdingen door een agent gaat, de rest gaat om overtredingen die op kenteken geflitst zijn (6.981.580, bijna 7 miljoen). In totaal gaat het om 7.570.861 boetes, waarvan (72,6%) voor te hard rijden. Welk deel daarvan door staande houding is staat niet vermeld. Wel is te vinden wat de instroom is aan snelheidsovertredingen van vaste flitspalen (2.559.818), flexflitsers (637.568), mobiele radarsets (1.263.965) en trajectcontroles (1.481.451).  Dat telt op tot 5.942.802, ruim meer dan snelheidsboetes via de Wahv (5.494.764). Kennelijk zijn er aardig wat overtredingen die niet via de Wahv verlopen maar toch inkomsten genereren. 

Omdat Wahv overtredingen voor fietsverlichting, gordels, helm etc. niet geflitst kunnen worden en dus via staandehouding gaan, zal het aandeel staandehoudingen bij snelheidsovertredingen ruim onder de 7,8% liggen. Bovendien zijn er flitsinkomsten voor snelheidsovertredingen, die niet via de Wahv gaan. Gemakshalve streep ik die tegen elkaar weg en rond ik af. 

De gemiddelde boete voor te hard rijden is €79,99, dat levert dan afgerond 5,5 miljoen maal 80 euro ofwel 440 miljoen euro op. Het totaal aantal boetes op kenteken is bijna 7 miljoen (zie boven) waarvan 7-5,5 = 1,5 miljoen niet voor snelheidsovertredingen. Deze boetes kosten €112,82 per stuk, dus dat levert afgerond (1,5 miljoen maal 113 euro) 170 miljoen euro op. Totaal maakt dit 440 miljoen + 170 miljoen = 610 miljoen euro. Het is logisch dat de Minister van Financiën zo’n bedrag niet wil missen!


Naast de baten voor de overheid zijn er natuurlijk ook kosten en die staan niet bij de overzichten over 2025. De informatie die ik kon vinden was gedateerd (Miljoenennota 2016, bijlage 3. Verkeershandhaving), maar voor 2019 werd het volgende geschat: “De kosten voor de verkeershandhaving … betreffen structureel ca. €44 mln. (VHT Politie), €60 mln. (OM) en €75 mln. (CJIB)”[3]. De kosten voor de overheid zijn die van de politie (VHT staat voor verkeershandhavingsteams) en het openbaar ministerie (OM).  Administratieve kosten (CJIB, € 75 mln.) worden doorberekend aan de overtreders. Daarmee zou de geschatte netto-opbrengst 610 miljoen min 44 miljoen min 60 miljoen, 506 miljoen euro zijn. 

Verkeersboetes leveren onze overheid ca. een half miljard euro per jaar op, waarvan het overgrote deel wordt verkregen door middel van geautomatiseerde snelheidshandhaving (flitsen).


Hoeveel veiliger wordt het door flitspalen?

In een evaluatie van 10 jaar Duurzaam Veilig beleid kwam SWOV [4] tot de conclusie dat er geen effect van geautomatiseerde snelheidshandhaving op landelijke schaal kon worden aangetoond. Dat betekent echter niet dat die er niet is; de oorzaak zit waarschijnlijk in een gebrek aan goede, beschikbare data en budget voor onderzoek daarnaar.


Wat we wel weten is dat ongeveer 30% van de dodelijke verkeersongevallen in verband kan worden gebracht met te hoge snelheden of andere limietoverschrijdingen [5]. Anders gezegd: als iedereen zich altijd aan de limiet houdt, dan vallen er 30% minder verkeersdoden. Dit getal komt wel uit een wat oudere studie die over alle motorvoertuigen gaat en bevat dus ook de dodelijke ongevallen waarbij alleen een fiets of scootmobiel betrokken was. Inmiddels [6] weten we dat bij ca. 2/3e van de verkeersdoden een ‘flitsbaar’ voertuig (personen-, vracht- en bestelauto) in het spel was. We kunnen hierdoor zeggen dat 2/3 x 30% =20% van de verkeersdoden voorkomen kan worden als deze voertuigen zich aan de limiet houden.  

Kortom, dat een flitser veel effect op het gedrag (ter plekke) heeft, en dat te hard rijden een groot effect op (dodelijke) ongevallen heeft, staan buiten kijf. 

Dankzij internationaal onderzoek kunnen we een specifiekere inschatting van het effect van meer geautomatiseerde snelheidshandhaving maken. Op basis hiervan heeft SWOV [7] geschat dat een verdubbeling ervan tot 17% minder doden en ernstige verkeersgewonden zou leiden. Voor verkeersdoden komt dat in 2025 (759) neer op afgerond 130 slachtoffers. 

Geautomatiseerde snelheidshandhaving (flitsen) bespaart ter plekke een vijfde van de verkeersdoden en ernstig gewonden. Het totale effect daarvan voor Nederland is onbekend, daar zijn betere gegevens en onderzoek daarmee voor nodig.  


Krijg je voor een paar kilometer te hard een boete, en is een beetje te hard rijden nou zo erg?

Zoals eerder gezegd vinden sommigen (velen?) het niet kloppen dat je voor slechts een paar kilometer te hard een boete krijgt. Maar klopt dat wel? Op de site van het Openbaar Ministerie [8]  is te vinden dat je daarvoor minimaal 4 km/u te hard moet hebben gereden. Bovendien ligt de bewijslast bij het OM, wat betekent dat ze eerst de meetfout van de apparatuur van de gemeten waarde aftrekken, zo’n 3 km/h. Gemiddeld zal die meetfout nul zijn, dus zelfs als je bijvoorbeeld 56 km/u hebt gereden waar je 50 km/h mag, zal je meestal geen boete krijgen.  

Is 6 km/u nou zo erg? Wetenschappelijke kennis over de gevolgen [9] van te hard rijden leert dat binnen de bebouwde kom de kans op een verkeersdode evenredig is met de gereden snelheid gedeeld door de limiet tot de derde macht. In dit voorbeeld geeft dat (56/50)^3= 1,40. Dat betekent dat de kans op een verkeerdode bij die 56 km/u 40% hoger is dan bij 50 km/u. Vindt u dat 60 km/u ook wel moet kunnen, dan is het goed te weten dat de kans op een verkeersdode dan 73% hoger is. Bovendien speelt u niet alleen met uw leven, maar ook dat van een overstekende voetganger, een gepasseerde fietser, scootmobiel etc. 

Een snelheidsboete krijg je niet voor een paar kilometer te hard. Als je een snelheidsboete krijgt was het dodelijk risico (minimaal) een kwart tot de helft hoger. Let wel, dat risico geldt niet alleen voor jezelf, maar ook voor je medepassagiers en andere weggebruikers.


Wordt het veiliger als er vaker of hoger beboet wordt? 

SWOV meldt in een wat oudere factsheet [10] (uit 2019, gebaseerd op een studie uit 2011) dat het verhogen van de snelheidsboete met 1% tot 0,23% minder snelheidsovertredingen leidt kort na de verhoging en daar waar de politie controleert.  Sinds die studie zijn er vele verhogingen geweest en inmiddels is de consensus onder wetenschappers dat verhogen van de boetes niet of nauwelijks meer helpt. Het verhogen van de pakkans daarentegen helpt veel.  

Verhogen van een boete heeft weinig zin, de pakkans moet omhoog.        


Je geld of je leven?

Naast materiële kosten brengt een verkeersongeval veel leed, verdriet en andere ellende met zich mee. Immateriële kosten zijn een manier om die ellende in geld uit te drukken. De immateriële kosten blijken grofweg drie keer zo hoog te zijn als de materiële kosten [11]. We vinden ons leven en de kwaliteit daarvan dus veel belangrijker dan (echt) geld. Maar dat wist u al, toch?   

  

Epiloog

Er zijn in Nederland meer auto’s dan jaarlijkse snelheidsboetes op kenteken, dus we krijgen gemiddeld minder dan een boete per jaar. We rijden echter veel vaker te hard dan die ene toevallige keer; in een volgend stukje heb ik het over de kans om gepakt te worden. Die toevallige boete is niet genoeg om ons gedrag te veranderen, behalve daar waar we een flitspaal hebben gezien. Bovendien voelt het onrechtvaardig om die ene keer geflitst te worden, zeker als je elders mensen veel harder hebt zien rijden. Zowel aan dat gevoelde onrecht, de inkomsten en de verkeersveiligheid kan makkelijk wat gedaan worden. Dat vraagt om een beproefd recept: meer voorlichting én aanzienlijk meer handhaving.  Daar zijn nauwelijks extra agenten voor nodig, hooguit neemt de werkgelegenheid in Leeuwarden bij het Centraal Justitieel Incasso Bureau wat toe. Ik denk niet dat de Friezen dat een probleem vinden. Al met al zou zo’n aanpak de staatskas veel geld opleveren en ons veel verkeersveiligheid. Waar wachten we op!   


[1] https://www.mobiliteit.nl/beleid/2025/11/21/hoge-verkeersboetes-blijven-nodig-om-politie-te-betalen-vindt-staatssecretaris/?gdpr=accept


[2] https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2026/02/16/cijfers-verkeershandhaving-2025


[3] https://www.rijksfinancien.nl/miljoenennota/2016/bijlage


[4] https://swov.nl/system/files/publication-downloads/r-2009-14.pdf


[5] https://swov.nl/system/files/publication-downloads/r-2011-22.pdf


[6] https://swov.nl/sites/default/files/bestanden/downloads/R-2025-19.pdf


[7] https://swov.nl/sites/default/files/bestanden/downloads/R-2022-08A.pdf 


[8] https://www.om.nl/onderwerpen/v/verkeer/handhaving/snelheid-en-te-hard-rijden/marges-en-meetcorrecties


[9] https://swov.nl/nl/factsheet/snelheid-en-snelheidsmanagement


[10] https://swov.nl/nl/factsheet/verkeershandhaving


[11] https://swov.nl/nl/factsheet/kosten-van-verkeersongevallen

13-10-2026

Wat is pakkans?

De pakkans is de waarschijnlijkheid dat je na het plegen van een overtreding wordt vervolgd. In het verkeer betekent dat meestal een boete. In een formule: pakkans = aantal boetes/aantal km dat je in overtreding bent. Als het doel is om overtredingen te voorkomen, dan is het verhogen van de pakkans (veel) effectiever dan verhogen van de straf [1]. Maar hoe hoog is die pakkans nu feitelijk (objectieve pakkans) en hoe groot denken mensen dat de kans is om gecontroleerd te worden (subjectieve pakkans)? Wat is generieke of specifieke afschrikking en welk effect heeft dat op verkeersveiligheid? Hoe kunnen we de pakkans opkrikken? Die antwoorden zijn niet allemaal zo makkelijk te vinden en daarom heb ik zelf wat sommen gemaakt. 

Mocht u slechts geïnteresseerd zijn in mijn conclusies, sla dan de sommen over en lees alleen de cursieve stukjes.


Boetes

De meeste boetes worden gegeven voor te hard rijden, rijden onder invloed van alcohol en handheld bellen [2] of appen; niet toevallig misdragingen die tot veel slachtoffers leiden. In 2025 waren er volgens het openbaar ministerie 5.494.794 boetes voor te hard rijden, 248.020 voor handheld bellen en bijna 48.000 voor alcoholgebruik [3].  


Over welke afstanden hebben we het?

Verder moeten we nog weten voor hoeveel kilometer deze overtredingen in totaal plaatsvinden. In de jaarlijkse “Staat van de Verkeersveiligheid” [4] vind je dat 63% zich aan de snelheidslimiet houdt (37% dus niet) en 95% geen mobiel in de hand houdt (5% wel). Over de afstand die onder invloed van alcohol wordt afgelegd (prevalentie) is voor 2022 bekend dat dit tijdens weekendnachten 2,6% was [5]. Tijdens weekendnachten wordt niet zoveel gereden en zijn meer mensen dronken dan overdag. Die 2,6% is daarom niet representatief voor de prevalentie. Begin deze eeuw [6] is rond Tilburg een Europees onderzoek uitgevoerd op meerdere tijdstippen gedurende de week en is de prevalentie gewogen daarvoor. Het aandeel dronken chauffeurs bleek iets hoger dan 1%. Ook is daar te vinden dat rond Tilburg tijdens weekendnachten de prevalentie 5,7% was, aanzienlijk hoger dan de 2,6% voor heel Nederland twintig jaar later. Als ik deze cijfers gebruik kom ik afgerond op (2,6%/5,7%)x(ruim)1%=0,5%. Dit neem ik als redelijke schatting voor de afstand die dronken wordt afgelegd. 


Hoe hoog is de pakkans?

In 2025 [7] werden 94,1 miljard autokilometers afgelegd. De pakkans [8] voor snelheidsovertredingen is dan: 5.494.794/(0,37*94,1*10^9)= 0,000158 boete per te hard gereden kilometer.  Misschien is het inzichtelijker om het aantal kilometers te geven dat je gemiddeld te hard moet rijden voor één boete en dat is 1/0,000158= 6.329 km. Dat is ongeveer twee keer heen-en-weer naar Barcelona. Kortom, die pakkans is niet zo groot. 

Voor handheld bellen en appen kom ik op soortgelijke wijze tot: 248.000/(0,05*94,1*10^9)=0,000053.  Hier moet je gemiddeld (1/0,000053)=18.900 kilometer met je telefoon in je hand afleggen voor een boete. Dat is ongeveer naar de andere kant van de wereld. 

Voor alcohol wordt het dan 48.000/(0,005*94,1*10^9) =0,00010 ofwel 10.000 kilometer dronken rijden voor een boete.


Gemiddeld rijden we ruim 6 duizend kilometer te hard, houden we bijna 19 duizend kilometer een telefoon vast, en rijden we circa 10 duizend kilometer dronken voordat we daar een boete voor krijgen. 


Hoe hoog schat men de pakkans in?

Een inschatting van de pakkans door een individu noemen we de subjectieve pakkans [8]. Dit loopt nogal uiteen; mensen zijn slecht in het schatten van kansen, en de manier waarop ze bevraagd worden verschilt nogal. De meest recente en m.i. beste bron is een regelmatig gehouden (wereldwijd) onderzoek onder weggebruikers [9] . Daarin staat hoe groot Nederlanders de kans inschatten dat ze tijdens een rit worden gecontroleerd. Voor snelheid is dat 40%, voor handheld bellen 20%, en voor alcoholgebruik 15%. Let wel, dit is niet hetzelfde als de pakkans zoals die hiervoor staat gedefinieerd. Daar gaat het om de kans gepakt te worden als je in overtreding bent, hier om de kans gecontroleerd te worden, ook als je niet in overtreding bent. 


Opvallend bij dat laatste cijfer is dat 10% bij een andere vraag aangeeft het laatste jaar op alcoholgebruik te zijn gecontroleerd, dus gemiddeld eens per 10 jaar. Die laatste inschatting lijkt me redelijk betrouwbaar; als je moet stoppen en blazen herinner je je dat vast wel. Hoeveel flitspalen je bent gepasseerd het afgelopen jaar weet vermoedelijk niemand. De lengte van een rit is ongeveer 20 km [10] en we rijden honderden ritten per jaar, grofweg elke dag een rit. Die 15% uit de eerstgenoemde vraag betekent dan dat je ongeveer eens per 7 ritten wordt gecontroleerd, dat is dus elke week in plaats van eens per 10 jaar. Waarom dat verschil zo enorm is weet ik niet, maar het lijkt me voor de verkeersveiligheid prima dat mensen de kans om gecontroleerd te worden veel te hoog inschatten. 


Bij snelheid kun je de ingeschatte kans redelijk goed vergelijken met de feiten. In Nederland ligt ca. 144 duizend kilometer weg waarvan ca. 2.800 km snelweg, 8.100 km provinciale weg en 130.000 km gemeentelijke en waterschapswegen [11]. Er zijn 750 vaste flitspalen en 125 flexflitsers [12]. Dat komt neer op gemiddeld (750+125)/143.000=0,0061 flitsers per kilometer ofwel ongeveer een flitspaal om de 164 kilometer (1/0,0061). Als die flitsers evenredig verdeeld zouden zijn over het wegennet dan is de kans dat je er op een rit van 20 km een tegen komt (20/164)*100%=12,52%.  Dat is beduidend lager dan de door de automobilist geschatte 40%. Maar de politie zet die palen (gelukkig) niet willekeurig neer.  Zo staan er veel langs de snelweg waar ook nog aardig wat trajectcontroles zijn. Ongeveer de helft van de afstand die we rijden leggen we af op die ca. 2.800 kilometer snelweg en daar komen we dus vaak een controle tegen. Kortom, ik denk dat die geschatte 40% kans dat je op een rit op snelheid wordt gecontroleerd zo gek nog niet is. 


We rijden (zie boven) 37% van de afgelegde afstand kilometers te hard en houden een apparaat vast gedurende 5% van de afgelegde afstand. Bij eenzelfde controlekans zouden er dan 37/5=7,4 keer zoveel snelheidsboetes moeten zijn. Het is 5.494.794/248.000=22,2. De controlekans bij handheld bellen is dus ongeveer een derde (7,4/22,2) van die 40% voor snelheid. Men gaf aan het op 20% te schatten, de helft.  Qua ordegrootte klopt dat aardig.


Nederlanders schatten de kans op alcohol gecontroleerd te worden veel te hoog in, ongeveer eens per week waar het in werkelijkheid eens per 10 jaar is.  De kans op een controle voor snelheid of telefoongebruik schatten ze ongeveer goed in.


Specifieke en generieke afschrikking                 

Als handhaving goed zichtbaar, zoals een flitspaal, dan passen mensen hun snelheid aan. Zijn ze echter de flitspaal gepasseerd, dan gaat het gas er weer op. Dit heet specifieke afschrikking: de handhaving schrikt alleen op bepaalde plekken af. Ook een alcoholslot is specifiek, want die zit alleen in de auto van een notoire alcoholovertreder. 

We spreken van generieke afschrikking als weggebruikers hun gedrag structureel aanpassen. Zo is door een combinatie van handhaving en voorlichting (BOB, ‘Glaasje op, laat je rijden’, etc.) de norm over drinken en rijden in de afgelopen halve eeuw sterk veranderd. Mensen die nu nog vaak en veel drinken voor ze de auto instappen zijn bijzonder en hebben vaak een alcoholprobleem. Deze kleine groep notoire overtreders zorgt voor veel ellende, zeker ook voor zichzelf en hun naasten. Ook voor handheld bellen -en zeker voor browsen- is de norm dat je dit niet doet. Onderzoek uit de VS [13] laat zien dat minder dan 2% van de deelnemers browset op de telefoon. 


De generieke afschrikking voor te hard rijden is duidelijk mislukt. Nog altijd rijden we 37% van de kilometers te hard. Misschien is dit ook niet zo vreemd; wie past zijn gedrag aan als je voor slechts 80 euro (dat kost een gemiddelde snelheidsboete) zesduizend kilometer te hard kunt rijden [14]? Nederland is niet uniek, in alle landen wordt massaal te hard gereden. Het is een heus wereldprobleem. 


Wat kunnen we verbeteren?

Mijn boerenverstand zegt me dat de overheid in ieder geval veel meer verdekt moet handhaven, daar veel ruchtbaarheid aan moet geven en het financiële argument links moet laten liggen. Mensen gedragen zich als ze voelen dat het ‘not done’ is om anderen in gevaar te brengen. Boetes vermijden motiveert onvoldoende. Het goede voorbeeld geven wil ook nog wel eens helpen. Een minister van verkeersveiligheid die zegt van hard rijden te houden is niet slim bezig. 


Voor te hard rijden is er nog een veel betere oplossing: intelligente snelheidsaanpassing (ISA) [15]. Hierbij krijg je als automobilist een waarschuwing als je te hard rijdt. Je kunt dat signaal uitzetten, maar dat moet iedere rit opnieuw. Sinds kort is dit in Europa voor nieuwe auto’s verplicht. Oorspronkelijk dacht de Europese Commissie aan een robuuster systeem, waarbij je bewust ‘door’ de begrenzing moet trappen met je gaspedaal. Nog effectiever is het wanneer je simpelweg niet harder kunt dan de limiet. Dat stelt eisen aan de kwaliteit van de GPS en beschikbare digitale snelheidskaarten, of aan de bebording. Het belangrijkste bezwaar voor zulke systemen is het gebrek aan draagvlak bij automobilisten en de industrie.  Nu rijden we bijna voor niets vaak en veel te hard. Enfin, laten we eerst maar eens starten met een verdubbeling van de pakkans en vaker ongezien controleren. Als de mensen die boetes zat zijn willen ze vanzelf een goede ISA die ze op tijd waarschuwt als ze te hard rijden, in plaats van een navigatie die vooral waarschuwt voor een flitspaal.   


 [1] https://swov.nl/nl/factsheet/verkeershandhaving 


[2] https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2026/02/16/cijfers-verkeershandhaving-2025


[3] https://www.stap.nl/nl/nieuws/laatste-nieuws.html/3454/10594/in-2025-bijna-48.000-boetes-voor-rijden-onder-invloed 


[4] https://swov.nl/sites/default/files/bestanden/downloads/R-2025-19.pdf1


[5] https://swov.nl/nl/factsheet/verkeershandhaving 


[6] https://swov.nl/nl/publicatie/prevalence-and-relative-risk-drink-and-drug-driving-netherlands-case-control-study 


[7] https://www.kimnet.nl/documenten/2025/11/25/mobiliteitsbeeld-2025 


[8] O.a. uit studie in opdracht van WODC en rapport van Goldenbeld  


[9] https://www.esranet.eu/en/publications/esra3-publications/#thematic_reports 


[10] https://www.verkeerskunde.nl/2015/04/09/gemiddelde-autorit-is-19-kilometer-en-

duurt-een-kwartier/?gdpr=deny 


[11] https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/70806ned/table 


[12] https://www.om.nl/documenten/verkeer/verkeer/flitspalen/visie-geautomatiseerde-verkeershandhaving 


[13] https://swov.nl/nl/factsheet/afleiding-het-verkeer 


[14] Zie blog over verkeersboetes


[15] https://etsc.eu/intelligent-speed-assistance-isa/ 

15-03-2026

De staat van de fietsveiligheid (1)

Over het algemeen wordt verkeersveiligheid afgemeten aan de aantallen verkeersdoden en ernstige verkeersgewonden. 

Het aantal verkeersdoden schommelt al een tijdje tussen de 600 tot 650 per jaar en het aantal ernstig verkeersgewonden is de laatste vijftien jaar van 2000 naar 5000 gestegen. 

Inmiddels vormen de fietsers de grootste groep verkeersdoden. De stijging (2) wordt vooral veroorzaakt doordat ouderen op de elektrische fiets in staat zijn om langer en meer te fietsen. Dat is om allerlei redenen prachtig, denk aan sociale contacten, zelfstandigheid, milieu, leefbaarheid. Voor verkeersveiligheid is het helaas niet goed, omdat ouderen veel kwetsbaarder zijn dan jongere mensen. 

Doordat fatbikers vaak erg jong zijn, zal het aantal lichte ongevallen relatief hoog zijn en het aantal ernstige en dodelijke ongevallen laag. Hiermee wil ik de verkeersveiligheidsgevolgen van jong fatbikegebruik geenszins bagatelliseren, er worden immers ook mensen door aangereden, maar enige relativering is op z’n plaats. 


Aantrekkelijk

Voor veel jongeren is de fatbike aantrekkelijk. Die is goedkoper dan een gewone elektrische fiets, je kunt er makkelijk met z’n tweeën (of meer) op, een helm dragen hoeft niet en erop rondrijden ziet er goed uit. Vandaar dat de fatbike in korte tijd onze straten heeft veroverd. RAI en BOVAG komen opgeteld op zo’n 300.000 verkochte fatbikes tot en met 2024. In werkelijkheid kunnen het er inmiddels een half miljoen zijn, omdat er ook veel ongeregistreerde illegale import is.   


Problemen

De keerzijde van het succes is dat sommige gebruikers overlast veroorzaken en er veel ongevallen gebeuren met deze ‘fiets’. Het eerste heeft met het vervoermiddel weinig te maken. Hoe onveilig de fatbike nu echt is, is slecht bekend, evenmin waar die onveiligheid precies aan ligt. 

Om dat te weten zouden we betrouwbare cijfers moeten hebben over de afgelegde afstand van fatbikes, de hoeveelheid mensen die erop zit en het aantal ongevallen waarbij de fatbike betrokken is. Die gegevens vergelijk je dan met de gewone fiets of met (andere) elektrische fietsen. 

Ik heb geprobeerd een begrijpelijke schatting te maken. 


Schatting

Van alle fietskilometers wordt ongeveer 40% afgelegd door een elektrische fiets. Het aantal elektrische fietsen (4,6 miljoen in 2024) is ongeveer negen keer zo hoog als het aantal fatbikes (officieel ook elektrische fietsen). De aandelen in afgelegde afstand van fatbikes, andere elektrische fietsen en gewone fietsen zijn respectievelijk 4%, 36% en 60%, aangenomen dat op een fatbike evenveel wordt gereden als op een elektrische fiets.

Tijdens een meetweek eind oktober 2024 heeft VeiligheidNl gevonden dat op de spoedeisende hulp (SEH) de afgeronde aandelen slachtoffers respectievelijk 7%, 37% en 55% waren (3).  Bovendien waren er opvallend veel slachtoffers die aangereden werden door een fatbike (31%). Het risico voor een fatbikegebruiker te behoren tot SEH-slachtoffer (7%) per gefietste kilometer (4%) is bijna twee keer zo hoog is als dat van andere fietsen. Het risico van andere elektrische fietsen en gewone fietsen ontloopt elkaar niet veel. 

Natuurlijk moet je rekening houden met wie er op het voertuig zit, waar en wanneer ze rijden, hoeveel mensen erop zitten etc. Helaas heb ik daar, zoals hierboven al aangegeven, geen informatie over. 


Maatregelen en gebrek aan consensus

Over de maatregelen die getroffen moeten worden om de overlast en het risico te beteugelen verschillen de meningen. 

In het coalitieakkoord van 2026 staat hierover: ‘Er komt een aparte voertuigcategorie voor fatbikes, waarmee we een minimumleeftijd en helmplicht invoeren en gemeenten de mogelijkheid krijgen fatbike-vrije zones in te voeren.’

RAI, Bovag, ANWB en Fietsersbond zien het eind augustus 2025 anders (4). Zij zetten in op handhaving bij illegale import en het illegaal opvoeren van de bikes, op aanscherping van eisen en op bewustwording. 

VVN laat op haar website weten: ‘Veilig Verkeer Nederland (VVN) verwelkomt het kabinetsvoorstel. Echter zien wij graag dat het dragen van de fietshelm voor álle e-bikes verplicht wordt.’

Eind november 2025 laat de gemeente Amsterdam in navolging van Enschede weten verbodsgebieden in te gaan stellen, te beginnen bij het Vondelpark. 

Interessant is dat Amsterdam een heldere definitie heeft van een fatbike: of een fiets een fatbike is, wordt in een Amsterdams APV-artikel bepaald op basis van de bandendikte. Als die meer dan zeven centimeter is, dan valt de fiets onder de bepaling.

In opdracht van de toenmalige verkeersminister heeft ingenieursbureau Goudappel onderzocht of je fatbikes wettelijk kunt onderscheiden van andere elektrische

fietsen op basis van koppel (5) of gewicht. Banddikte is door Goudappel niet meegenomen.

De conclusie luidde: nee, er is geen wettelijk onderscheid. 

Dit is in overeenstemming met eerder onderzoek naar mogelijkheden voor het maken van een onderscheid op basis van fatbike-eigenschappen die de onveiligheid veroorzaken. 

Hoewel de definitie van Amsterdam glashelder is en simpel te checken en handhaven, ontbreekt het oorzakelijk verband tussen banddikte en verkeersveiligheid of overlast. Dat betekent dat het ‘Amsterdamse model’ voor gebruikers en fabrikanten makkelijk te omzeilen is en hooguit een tijdelijk effect zal genereren. 


Reflectie op maatregelen

Tussen 2008/2010 en 2018 is het aantal boetes op kenteken (flitsboetes) ongeveer gelijkgebleven, maar het aantal boetes na staandehouding van ruim 1.000.000 naar net boven de 400.000 gezakt. 

De laatste twee jaar was het gemiddeld aantal boetes 550.000. Het aantal neemt wel weer toe, maar blijft hangen op net iets boven de helft van dat van vijftien jaar geleden. Al die tijd is er wel gepleit voor meer handhaving, maar die is er slechts beperkt gekomen. 

ANWB, RAI, BOVAG, Fietsersbond en de politiek pleiten nu opnieuw voor meer handhaving, zonder duidelijk te maken waarom dat nu dan wél zou lukken. Bovendien lijkt de politie afwezig in de discussie. Ziet die kans om daadwerkelijk meer te gaan handhaven op fatbikes en zo ja, ten koste van wat? 

De enige belangengroep die met een werkbare maatregel komt die bovendien de verkeersveiligheid kan bevorderen is VVN: een helmplicht voor alle elektrische fietsers, omdat een duurzaam onderscheid tussen fatbike en andere elektrische fietsen niet te maken is.


Advies

In navolging van VVN zou ik voor alle elektrische fietsen een helmplicht instellen. Daarbovenop pleit ik voor een kentekenplicht en minimumleeftijd. Het kenteken maakt het mogelijk geautomatiseerd te handhaven op gebiedsverboden en snelheid. 

Dat lijkt me om twee redenen kansrijker dan te vertrouwen op staandehoudingen: ten eerste zijn er nauwelijks agenten nodig en ten tweede levert het de overheid geld op, dat ingezet kan worden voor maatschappelijke doeleinden w.o. onderzoek naar duurzaam, vlot en veilig verkeer.

Van de helmplicht profiteert iedereen op een elektrische fiets, vooral kwetsbare ouderen. 

Een helmplicht is niet populair, evenmin als de helmplicht voor motorrijders, brommers en snorfietsen populair was en tegen de invoering van de autogordel was verzet. Toch hebben deze impopulaire maatregelen inmiddels duizenden mensen het leven gered en de maatschappij vele miljarden bespaard. Alleen al de helmplicht voor elektrische fietsers zal jaarlijks tientallen levens sparen en honderden ernstig verkeersgewonden met (zware) hersenletsels voorkomen. 

Als die dikke fietsen straks de aanleiding zijn om de drie maatregelen - kentekenplicht, minimumleeftijd, helmplicht voor alle elektrische fietsen - in te voeren kunnen ze nog een ‘blessing in disguise’ worden.   


  • Deze en meer informatie vind je hier.
  • Verreweg de meeste doden vallen nog altijd in een ongeval met een auto, bij ernstig verkeersgewonden gaat het vooral om de fiets. 
  • Absolute aantallen zijn respectievelijk 96, 480 en 715, samen 1291
  • in reactie d.d. 28-08-2015 op kamerbrief
  • Dat is de draaikracht (eenheid Nm) die (mede) de acceleratie van een voertuig bepaalt.

14-02-2026

Verkeer

Verkeer bestaat uit mensen, voertuigen en wegen die er samen voor zorgen dat we komen waar we moeten zijn. In jargon: drie elementen (mens, voertuig, weg) vormen een verkeerssysteem.


Ongeval

Een ongeval is een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Niet iedereen die te hard rijdt verongelukt, op een slecht ontworpen weg valt niet iedere dag een slachtoffer en de meeste motorrijders komen veilig thuis. 

Hoge snelheid, onveilige wegen en voertuigen spelen wel (heel) vaak een rol bij ernstige ongevallen. Dit soort omstandigheden noemen we ‘de verklarende factoren van een ernstig ongeval.’


Simpel en voorspelbaar

Een veilig verkeerssysteem is zó ontworpen dat het rekening houdt met wat mensen kunnen en willen. Iedereen maakt fouten, iedereen is kwetsbaar en iedereen wordt wel eens verleid. Het verkeer moet daarom simpel en voorspelbaar zijn, voertuigen en wegen moeten bescherming bieden en niet afleiden of uitnodigen tot hard rijden. De verkeerswereld noemt dat een ‘Safe Systems Approach’, Zweden zegt: ‘Vision Zero’ en Nederland spreekt van van ‘Duurzaam Veilig’.